Column: Voetbaltoernooi

VOETBALTOERNOOI

 

Toen ik een jaar of 12 was wist ik al wat ik later wilde worden. Net als zoveel van de jongetjes rond die leeftijd wilde ik ook profvoetballer worden. Ik speelde als pupil bij de jeugd van HSC in Sappemeer in het zwart-rode tenue met de prachtige rood met geel gekleurde kousen. Ik was altijd met een bal bezig. Samen met mijn vriendjes of vaak ook alleen met mijn groene rubberen laarzen in de achtertuin van mijn ouders. Ik wist alles over voetballen. Alle spelers van de eredivisie en de nationale elftallen. Hield alles bij en volgde het op de voet. Zoals ook het Wereld Kampioenschap voetbal in 1982 in Italië. Ik identificeerde me met spelers als Zico, Socrates, Rossi, Conti, Tardelli. Maar ook evengoed met Karl-Heinz Rummenigge, Lato, Zbigniew Boniek, Platini, Hans Krankl, Blochin, Manfred Kaltz of Didier Six.

Ik maakte voor mezelf eigen elftallen en ging het WK82 nog eens overdoen achter in de tuin. Daar waar ik mezelf ook stiekem had opgesteld in het Nederlands elftal dat op mijn WK82 zich wel had weten te kwalificeren voor dit eindtoernooi. Meestal had ik een mooie plek in de spits. En met een lekke plastic bal versloeg ik mezelf van commentaar zoals mijn Belgische voorbeeld Rick de Saedeleer het spektakel zou verslaan.

En zo speelde ik veel wedstrijden in mijn eentje totdat het donker werd. De buurvrouw keek vaak eens door de coniferen om te kijken waar die bizarre klanken vandaan kwamen en ik staakte de wedstrijden vanwege haar nieuwsgierige vragen over mijn vader en moeders privéleven. Het grasveld van de tuin van mijn vader zag er dan ook vaak niet uit zoals de mat van het Polman stadion van Heracles uit Almelo hedendaags. Bij ieder weertype betrapte ik het gras waar de bal menigmaal tegen deuren en ramen schoot, waarna ik naast een boze vader meestal ook de buurvrouw 2 weken niet zag groeten. Kortom had ik mijn eigen wereld. Mijn eigen voetbalwereld.

Die eigen wereld heb ik gelukkig altijd wel weten te behouden. Alleen is deze wereld van het voetbal veranderd in die van de muziek. Mijn ideaal als profvoetballer verdween toen ik puber werd en mijn voetbalschoenen verdwenen in een doos op zolder na een wedstrijd met ZNC2 tegen Leek2. Jaren daarna was het voetbal niet meer mijn wereld. Mijn interesses lagen meer op het vlak van schrijven, drama, muziek, theater en lekkere wijven. En dat stond mijlenver weg van de cultuur rondom en in het voetbalveld. De velden waar men langs het veld riep dat ze dicht op die rooie nr. 11 moesten gaan staan. “Desnoods gefst hom moar een schop. “ Daar waar mijn vader met een paraplu razend op het veld van Oranje Nassau in Groningen stapte omdat zijn zoon met 2 gestrekte benen werd bejegend. In de velden waar gespuugd, geschopt, gescholden werd. Waar de emoties hoog op liepen tijdens het beoefenen van volkssport nr. 1.

Maar ook de velden en kleedkamers waar ik met mijn jeugdteam na de training luidkeels liedjes zong onder de douche. En waar ik de meeste rondjes in mijn blote kont rondom de kleedkamer durfde te rennen van al mijn teamgenootjes.

Ik heb eigenlijk nooit geen spijt gehad om mijn voetbalwereld uiteindelijk te verlaten. Ik kon me er niet meer mee identificeren. Helemaal niet als ik op zondagavond per ongeluk op samenvattingen stuitte van Studio Sport. Al moet ik toegeven dat ik wel kan genieten van de atletische manoeuvres van spelers en geweldige doelpunten. Maar waar ik me van distantieer zijn de apen in kooien langs de kant van het veld in de voetbalstadions. De malloten die hun frustraties van de hele week van hun kutleven die zondagmiddag moeten botvieren.

En toch heb ik zo af en toe een poging gedaan om het voetballen weer een plek te geven. De voetbalclub VV Meeden heeft daar een groot aandeel in gehad. Daar werd ik door hun met open armen ontvangen als een aanwinst. Maar waarschijnlijk het meeste voor de derde helft. Naast dat het een revalidatiedoel had moest ik toegeven dat mijn niveau bijzonder diep was gezakt in de loop der jaren. Voor mij confronterend dat ik ervoer dat het jongetje met de plastic lekke bal achter in de tuin van mijn vader ver te zoeken was. Zowel qua beleving als qua motorische souplesse. Intussen waren we natuurlijk ook 10 jaren verder. Na een rol als pinchhitter in het eerste elftal van het dorp en omdat ik toch meer heil in de muziek dacht te zien gingen de voetbalschoenen wederom in dezelfde doos op zolder.

Laatste decennia is het alleen maar erger geworden met mijn interesse naar de voetbalsport. Ik zou nu niet eens weten welke spelers er in het Nederlands elftal acteren. Op Arjen Robbe na dan natuurlijk. Het staat erg ver van me vandaan.

Tot het moment van laatst toen ik een dorpsgenoot sprak en me per ongeluk heb opgegeven voor een mini-voetbaltoernooi met Hemelvaart. Zonder druk van anderen ook nog. Ik vroeg me alleen af hoe het zou zijn om eens weer het gras te mogen ruiken en tegen een bal te schoppen en voordat ik het door had stond ik op een lijst van een samengesteld team met oudgediende spelers van de plaatselijke voetbalvereniging. Mijn God wat heb ik in vredesnaam gedaan. En na deze column kom ik er waarschijnlijk helemaal niet meer onderuit. Hoe overleef ik dit zonder dat ik een been breek of een enkel kneus en een aantal optredens moet afzeggen? En daarnaast de vraag hoe ik het toernooi onderga als ik eenmaal op het veld sta zonder me in te houden en niet met een schuimende mond over het veld loop te denderen denkend dat ik de pupil van de week nog ben.

Ik heb daar wel over nagedacht en me voorgenomen om me die dag maar weer in mijn voetbalwereld te kruipen. In het prachtige zwart witte shirt van VV Meeden. De zwarte kousen strak opgetrokken tot net onder de knieën. De warming up, rek en strek. Allemaal met die beleving alsof ik het achtertuintje van mijn vader weer loop om te ploegen. Met dat plezier, die bevlogenheid, het commentaar in mijn hoofd van Rick de Saedeleer en het kreunend zuchten van mijn stem. Want dan was het net als of je voor een immens groot joelend publiek voetbalde. Ik ga met Hemelvaart weer terug naar mijn WK82. Tom van Gennep is Bruno Conti, Wim Roemeling de Oostenrijker Hans Krankle en Ronald Schipper de beck Manfred Kaltz. En ik. Ik schitter als de nr. 20 van Polen. De Schoonheid van de Nacht. De roodharige Zbigniew Boniek. Dit toernooi wordt vast onvergetelijk!

 

WP-Backgrounds Lite by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann 1010 Wien